‘Kom jij eerst maar in míjn bakje’​

Blog

‘Kom jij eerst maar in míjn bakje’​

Renske Priem
Auteur

Laten we eerlijk zijn. Het is een achterlijk jaar. Ik kan het beeld maar niet uit mijn hoofd krijgen van mezelf op 31 december 2019. Hoogzwanger, op een winter bbq met vrienden, als enige broodje nuchter maar dolgelukkig. Zoals ieder jaar deden we een rondje cijfers geven aan je leven en je hoogte- en dieptepunten. Hoe corny ook, het is traditie. En in tegenstelling tot sommige andere tradities, houd ik deze graag in ere, want ik geloof dat we er niemand pijn mee doen.

Ik gaf het een uitgesproken 9. Met gloeiende, bolle, zwangere wangen en een big smile. Het was een mooi en bijzonder jaar geweest en 2020 zag er nog beter uit. Een baby op komst, florerend in mijn werk en mijn man zou zijn beste jaar ooit gaan draaien met zijn bedrijf. Het behoeft geen verdere uitleg dat 1 van die 3 fantastisch heeft uitgepakt en dat je met een trainingsbureau en iets in de evenementenindustrie wat klappen op te vangen hebt hier en daar.

Maar er is één ding zo anders dan wanneer je in 1989 een kutjaar had, of in 2003. Toen verloor jij misschien wel je baan terwijl het net geopende bedrijf van je beste vriend een vlucht nam. Of zat jij thuis met een baby terwijl je vrienden zich van het ene naar het andere festival sleepten. Het enige ellendige voordeel aan heel 2020 is dat werkelijk niemand gespaard blijft. Je bent ten minste niet de enige die met een treurige palmbomen achtergrond en een wijntje voor je scherm een vrijdagmiddag borrel zit te faken of mompelt vanachter z’n mondkapje hoe ellendig die dingen zitten. En dan hebben we het nog niet eens over mensen die in de zorg werken of misschien wel heel erg ziek zijn geworden. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, maar wel 1,5 meter uit elkaar. En je zou toch zeggen; dat verbroedert. Dat schept een band.

“We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, maar wel 1,5 meter uit elkaar.”

Maar niets lijkt minder waar. Ik dacht dat de zwarte pieten discussie (is dat eigenlijk één woord?) het dieptepunt was van het gebrek aan ons vermogen om elkaar te willen begrijpen. Boy, was I wrong. Ik heb de overtuiging dat de meesten van ons zich nog steeds in het niet zo uitgesproken, twijfelende midden begeven, maar er wordt verwacht dat je in alles ‘een kant kiest’. Je bent voor of tegen. Eens of oneens. Zwart of wit. Grijs is steeds minder aantrekkelijk, als je geen George Clooney heet.

Als je het mij vraagt (dat doet trouwens niemand, maar ik geef toch antwoord) dan is er eigenlijk maar één probleem. Het is hetzelfde dat thuis niet lukt als je ruzie maakt of waarom je met die ene collega altijd mot hebt. Ik ga het proberen uit te leggen.

“Grijs is steeds minder aantrekkelijk, als je geen George Clooney heet.”

Het probleem
Stel; jij gaat aan de ene kant van een tafel zitten, en ik aan de andere kant. We zetten een vaas met bloemen op tafel en moeten aan een derde persoon omschrijven hoe deze vaas bloemen eruitziet maar mogen niet van onze plaats komen. Dan kun je in discussie raken. Jij ziet immers iets heel anders dan ik. Ik noem dat even voor het gemak ‘jouw bakje’. Zolang ik vanuit ‘mijn bakje’ de vaas bloemen omschrijf en jij vanuit jouw bakje, worden we het nooit eens. Nou is het een vaas bloemen, dus waar gaat het over? We lachen er een keer om en jij draait de vaas om of loopt naar me toe om te kijken hoe het er vanaf deze kant uitziet. No problem. Maar wanneer het gaat over dingen die we echt belangrijk vinden of waarbij er onder water in de ijsberg (ijsbergtheorie, zoek maar ff op) overtuigingen zijn ontstaan die erg diep zitten, wordt het opeens een stuk lastiger.

Mensen die zich aan de quarantaine houden en een mondkapje opzetten zijn slaafse volgers van het systeem die niet zelf na kunnen denken en deze brave burgers zien de kritische medemens als complotgekkies die zeker zelf nog geen zieke mensen in hun omgeving hebben meegemaakt of zichzelf dan maar vrijwillig op een ‘ik hoef niet geholpen te worden als ik COVID-19 oploop lijst’ moeten zetten. Om over de black lives matters discussie nog maar te zwijgen.

“Het probleem is dat ik éérst wil dat je in míjn bakje komt kijken, dat je eerst mijn kant begrijpt.”

Het probleem is niet dat ik niet in jouw bakje kán kijken, of dat ik niet om kan lopen. Het probleem is dat ik éérst wil dat je in míjn bakje komt kijken, dat je eerst mijn kant begrijpt. Dat gebeurt vervolgens zelden in discussies, en áls je dat al doet, ben ik vooral blij dat ik mijn punt duidelijk heb gemaakt en jij nu eindelijk inziet dat ik al die tijd al gelijk had. (Dit is het moment dat je even na mag denken over al die momenten dat je dit aan de keukentafel aan de hand hebt gehad, laat maar even op je inwerken, geeft niks, hebben we allemaal.)

Maar wat is dan de oplossing?
Kijk. Het is heel simpel. Als ik wil dat jij mij begrijpt, zal ik jou eerst moeten willen leren begrijpen. Zelfs al weet ik dan niet zeker dat jij daarna nog open staat voor mijn mening en idee. Als ik, oprecht, en dat is een niet onbelangrijk detail, wil begrijpen waar je voor staat, waarom je dat vindt en zonder oordeel eerst wil zien wat jij ziet… Dan voelt iemand dat.

Denk maar aan die medewerker van de klantenservice die we allemaal weleens aan lijn hebben gehad (‘goh mevrouw, wat vervelend’) en die er geen zak van meent. Je voelt het. Je weet precies of ze het écht heel klote voor je vindt dat je wasmachine het nu alweer heeft begeven, of dat ze het in haar script heeft staan. Zo is het altijd. Je komt niet uit een blikje, je weet of het echt is. En zo weet een ander dat ook bij jou.

“Je voelt het. Je weet precies of ze het écht heel klote voor je vindt dat je wasmachine het nu alweer heeft begeven, of dat ze het in haar script heeft staan.”

Dus. Als we echt willen voorkomen dat we straks allemaal rechtlijnig tegenover elkaar staan kan dat alleen als ik zélf begin en dat niet van jou verwacht. Uit mijn eigen bakje, over mijn ego, in jouw bakje wil kijken en wil snappen hoe jij de dingen ziet. Oordeelloos. Tering moeilijk. Maar echt te doen. En het werkt. Je maakt het voor de ander veel aantrekkelijker om ook in jouw bakje te willen kijken en daarmee ontstaat er connectie. Niet altijd, maar vaak wel.

(Je hebt nog altijd de 1% van de mensheid die boos geboren is. Dat geloof ik. Daar valt met alle beste wil van de wereld geen dialoog mee te voeren, maar dat is hóóguit 1%, waarschijnlijk nog veel minder. De rest; daar valt echt prima mee te praten. Doe het maar eens.)

“1% van de mensen is boos geboren, maar met de rest valt best te praten.”

Heb je dan nog tips? Tuuuuurlijk. Hier alvast 3.

1. Klein beginnen
Begin gewoon klein. Ga nou niet direct in discussie over het klimaatprobleem (of het niet bestaande klimaatprobleem, zo u wil) proberen om de ander helemaal te begrijpen. Voor je het weet spring je direct terug in je eigen bakje om allerlei tegenargumenten op je gesprekspartner af te vuren. Relax. Begin lekker met een dialoog over het inruimen van de vaatwasser ofzo.

2. Oordeelloos luisteren
Een van de moeilijkste dingen aan oordeelloos luisteren is je eigen gedachten stopzetten. Als de ander iets zegt waar je het niet mee eens bent, begint je brein daar automatisch iets van te vinden. Dat kun je misschien niet helemaal loslaten, maar je kunt wel jezelf aanleren dat je samenvat wat de ander heeft gezegd. Zo dwing je jezelf met de ander bezig te zijn en je mening even los te laten.

3. Doe het vooral voor jezelf
Dat klinkt raar in deze context, maar ik geloof echt dat mensen pas dingen doen als ze het zelf iets oplevert. Als jij dit gaat proberen, oefenen, aanklooien en langzaam ziet dat het je fijnere relaties en gesprekken oplevert, dan kan het niet anders dan dat je iemand om jou heen hiermee inspireert of in ieder geval positief beïnvloed. Als diegene dit ook gaat zien en begrijpen hebben we er al twee. Zo simpel kan het zijn.

Iedere dag mag ik organisaties, mensen en teams hierin begeleiden. En mezelf. Want hoewel het zo simpel is, ik sta natuurlijk ook gewoon te discussiëren over de afwasmachine en heb ook heus direct een mening als ik Famke Louise op tv zie. Het voordeel is nu dat ik het in ieder geval kan. In de ander z’n bakje gaan zitten. Ik wil het alleen niet altijd gelijk. Maar wel steeds vaker. Want zo leerde ik laatst dat mijn liefde gewoon niet alles opruimt overdag omdat hij dan meer tijd met ons veel te leuke kind door kan brengen. En in dát bakje wil ik maar al te graag zitten.

Sincerely,
Renske

  • Laat je gegevens achter en we nemen binnen 2 werkdagen contact met je op.

Share This

Copy Link to Clipboard

Copy